Het voortgezet onderwijs in de doorgaande leeslijn
Het voortgezet onderwijs heeft een belangrijke taak in de ontwikkeling van de literaire competentie en leesmotivatie bij jongeren van twaalf tot achttien jaar.
Vmbo
Op het vmbo lopen de leesniveaus van de leerlingen sterk uiteen. Dat geldt ook voor belangstelling en motivatie voor lezen. Consequentie daarvan is dat docenten rekening moeten houden met de literaire competentie van de leerling op individueel niveau. Tegemoetkomen aan de persoonlijke belangstelling en uitbreiding van de belevingswereld zijn hier de uitgangspunten.
Leesbevordering in het vmbo moet in het teken staan van zoveel mogelijk positieve ervaringen met boeken, verhalen en gedichten, zodat de leerling ontdekt dat lezen plezierig, belangrijk en leerzaam kan zijn.
Havo/vwo
Motiverende leeservaringen zijn ook voor leerlingen op havo en vwo voorwaarden voor een positieve leesattitude. Fictie- en literatuuronderwijs staan in het teken van leesplezier en literaire competentie. Dit zijn culturele uitgangspunten die niet zozeer aan leren lezen zijn gekoppeld. Er zijn dan ook aparte kerndoelen en eindtermen en literatuur in de bovenbouw maakt deel uit van CKV. {Link naar: koppeling onderwijsdoelen en leesbevorderingsdoelen}
In de doorgaande leeslijn op havo en vwo is kennis maken met een gevarieerd aanbod van jeugd- en volwassenenliteratuur essentieel. Door het lezen van boeken en de reflectie daarop vormen de leerlingen eigen voorkeuren en een eigen smaak. Deze vormen de basis voor literaire competentie en een positieve leesattitude.
Het leesplan
Veel scholen met een gericht taalbeleid maken een leesplan. In het leesplan wordt, in overleg tussen collega’s, vastgelegd welke stappen de school wil zetten om de leerlingen tot leesvaardige en gemotiveerde lezers te maken. Met een leesplan werken scholen structureel en schoolbreed aan de versterking van de leesbevordering en aan de verbetering van het lees- en literatuuronderwijs.
Voorbeelden van structurele maatregelen zijn: lesuren speciaal bedoeld voor lezen; regelmatig (interactief) voorlezen; boekenkringen en boekbesprekingen; bibliotheekbezoek. Losse leesbevorderingsprojecten – zoals De Jonge Jury, De Inktaap en de Grote Jongerenliteratuur Prijs – passen door middel van het leesplan in een groter geheel.
