Het basisonderwijs in de doorgaande leeslijn
Kinderen leren lezen: kerntaak van het basisonderwijs
Kinderen in de leeftijd van vier tot en met twaalf jaar leren lezen, dat is een kerntaak van het basisonderwijs. De daarbij gebruikte taal-/leesmethodes zijn met name gericht op het aanleren van technische leesvaardigheid en begrijpend lezen. De mate waarin literaire competentie (het kiezen, beoordelen en waarderen van teksten/boeken) en leesmotivatie aan de orde komen, is afhankelijk van de gekozen methode.
De aandacht voor leesmotivatie hangt ook af van het enthousiasme van de leerkrachten. Met deelname aan projecten als De Nationale Voorleeswedstrijd en de Kinderboekenweek wordt het leesplezier van de kinderen gestimuleerd.
Leesbevordering: bewezen effectief
Leesbevordering is geen bijzaak. Er worden aan de leerlingen immers eisen gesteld op het gebied van literaire competentie. Zonder plezier in lezen worden kinderen geen vaardige lezers, die ook werkelijk begrijpen wat ze lezen. Leesplezier en leesvaardigheid gaan hand in hand.
Onderzoek bevestigt dat een structurele aanpak van leesbevordering grotere kansen biedt voor betere (lees)prestaties van vrijwel alle leerlingen.
Het leesplan
Veel scholen met een taalcoördinator maken een leesplan. De taalcoördinator legt, in overleg met collega’s, in het leesplan vast welke stappen de school wil zetten om de leerlingen tot leesvaardige en gemotiveerde lezers te maken. Met een leesplan werken scholen structureel en schoolbreed aan de versterking van de leesbevordering en aan de verbetering van het leesonderwijs.
Voorbeelden van structurele maatregelen zijn: dagelijks een halfuur vrij lezen; regelmatig (interactief) voorlezen; boekenkringen en boekbesprekingen; bibliotheekbezoek. Losse leesbevorderingsprojecten – zoals De Kinderjury en De Nationale Voorleesdagen – passen door middel van het leesplan in een groter geheel. Zie ook: Mijn leesplan.
