Basisonderwijs groep 1–3
(tussendoelen beginnende geletterdheid)

Leesbevorderingsdoel

TULE

Leesmotivatie

Om de leesmotivatie van leerlingen te bevorderen kan gebruik worden gemaakt van boeken met de volgende tekstkenmerken:

Boeksoorten: Verhalende prentenboeken, voorleesboeken, boeken met rijmpjes, versjes, dichtbundels en informatieve prentenboeken (groep 1-2) en informatieve boeken, serieboeken, stripboeken, verhalende boeken om zelf te lezen (groep 3)

Genres:avonturenverhalen, realistische verhalen, detectiveverhalen, griezelverhalen, dierenverhalen (groep 1-2) en historische verhalen, sprookjes (groep 3)

 

Wegwijs in aanbod

Literaire competentie

Tussendoelen beginnende geletterdheid

 

  • kan boek uit aanbod kiezen
  • kent doel van en weg naar bibliotheek, boekenhoek, boekenkast

 

Beginnende geletterdheid

  • kan inhoud a/h van boekomslag enigszins voorspellen
  • weet dat symbolen zoals logo’s en pictogrammen verwijzen naar taalhandelingen
  • toont belangstelling voor verhalende en informatieve teksten en boeken en is gemotiveerd die zelfstandig te lezen

Inzicht in verhalen en teksten

Literaire competentie

Tussendoelen beginnende geletterdheid

 

  • kent verschil tussen fictie en werkelijkheid
  • kent onderscheid in boeksoorten/categorieën.
  • kent verschillende verhaalgenres (spannend, grappig, etc)

 

Beginnende geletterdheid

  • begrijpt dat illustraties en tekst samen een verhaal vertellen
  • weet dat een boek van voor naar achteren wordt gelezen, een bladzijde van boven naar beneden en regels van links naar rechts
  • weet dat verhalen een opbouw hebben (aanvankelijk met, daarna zonder steun van de leerkracht)
  • weet dat de meeste verhalen zijn opgebouwd uit situatieschets (hoofdpersonen, plaats en tijd van handeling) en episode (het probleem en oplossing)

Beoordelen van boeken

Literaire competentie

Tussendoelen beginnende geletterdheid

 

  • kan voor- of afkeur aangeven
  • kan reden geven voor oordeel
  • kan verschillen en overeenkomsten tussen boeken benoemen
  • kan voorkeur voor boekgenre/schrijver etc. geven

 

Beginnende geletterdheid

  • weet dat je vragen over een boek kunt stellen

Mondelinge communicatie

  • kan gedachten en denkvragen verwoorden
  • geeft eigen mening; kan zijn mening verwoorden, o.a. door gebruik van ‘ik vind’ zinnen*
  • luistert naar mening van anderen
  • gebruikt complexe taalfuncties (redeneren, vergelijken, concluderen)
  • uit zijn gevoelens/mening over een voorgelezen verhaal of rijmpje, zoals leuk, grappig of stom*

Poëzie

Literaire competentie

Tussendoelen beginnende geletterdheid

Inzicht

  • kan verschil tussen gedicht en verhaal maken

Beoordelen

  • kan voor- of afkeur aangeven
  • kan reden geven voor oordeel

Beginnende geletterdheid

  • kan onderscheid maken tussen vorm en betekenis
  • kan reageren op en spelen met bepaalde klankpatronen in woorden; eerst met beginrijm, dan met eindrijm
  • ontwikkelt fonologisch en fonemisch bewustzijn
  • maakt onderscheid tussen betekenisaspecten van woorden
  • herkent en gebruikt rijmwoorden*

Mondeling communicatie

  • kan gedachten en denkvragen verwoorden
  • geeft eigen mening; kan zijn mening verwoorden, o.a. door gebruik van ‘ik vind’ zinnen*
  • luistert naar mening van anderen
  • gebruikt complexe taalfuncties (redeneren, vergelijken, concluderen)
  • uit zijn gevoelens/mening over een voorgelezen verhaal of rijmpje, zoals leuk, grappig of stom*

* hierbij is gebruik gemaakt van Taalontwikkeling van het jonge kind: de doelen (SLO & UvA) voor eind groep 2.

Leesplan © 2014

text ident